Moerasvogels

Lightning-fast little blue heron could disappear in a flash

A slender shorebird stood motionless in the shallow reflecting water. Its dark blues and purples seemed to emerge from the grasses themselves. Slowly, the neck and head began to sway slightly. The scene was hypnotic. A lightning flash of action broke the spell. The dagger-like bill of the little blue heron (Egretta caerulea) had snatched an unsuspecting fish. After a vigorous shake, the bird gulped down its dinner. The frenzy of action lasted just a few seconds. Little blues prefer shallow, quiet waters for hunting. The water can be saline like the marsh I was standing in or fresh.

Extinction Predicted Within 50 Years for Saltmarsh Sparrow

Saltmarsh sparrows (Ammodramus caudacutus) are the only species of breeding bird found nowhere else but the East Coast of the United States, where they live exclusively in coastal marshes, including several sites in Rhode Island. But the birds are predicted to go extinct within the next 50 years. That’s the unfortunate news reported by University of Connecticut researchers Chris Elphick and Chris Fields earlier this month.

The saltmarsh sparrow is disappearing from its home on the East Coast

The saltmarsh sparrow (Ammodramus caudacutus) is disappearing from its home on the East Coast and could be headed for extinction, say scientists whose work could help protect the little birds. The sparrows, which weigh about half an ounce, live in coastal areas from Maine to Virginia during the breeding season and migrate farther south in the winter. Researchers with a group of universities have been tracking them for several years and reported this month that eight out of every 10 of the birds has disappeared in the past 15 years.

Große Sorge um den Weißstorch in der Lausitz

Im Altkreis Senftenberg sind herbe Verluste bei den Weißstörchen (Ciconia ciconia) zu beklagen. Fast die Hälfte der Brutpaare ist den angestammten Horsten in den zurückliegenden 20 Jahren fern geblieben. Und der Nachwuchs in den Nestern ist viel zu gering, um den Bestand dauerhaft zu sichern. Der Abwärtstrend bei den Weißstörchen ist in Südbrandenburg dramatisch. Im Jahr 1996 sind noch 404 Horstpaare im Süden – also zwischen Königswusterhausen und Ort rand – gezählt worden. Für 2015 stehen 329 Paare zu Buche. Das ist ein Rückgang um 18 Prozent.

Call of the curlew heralds a worrying decline

ONE of the many pleasures of living in the Yorkshire Dales area is the arrival of Europe’s largest wader bird, the curlew. This exotic-looking visitor is one of the most recognised birds in UK, found in upland and coastal habitats. The curlew’s most distinctive feature is the long down-curving bill (the first part of its Latin name ‘Numenius Arquata’ translates as crescent moon), that it uses to probe the ground for worms and insects. Before you see your first curlew of the season, you will probably hear their distinctive bleating call that gives the bird its common name. The Yorkshire Dales and surrounding areas is home to around 4,000 breeding pairs. This accounts for about six per cent of the total 68,000 pairs breeding in the UK each summer. It came as a shock then, to discover that the curlew has recently been identified as one of the UK’s most rapidly declining breeding bird species. The British Trust for Ornithology have launched a Curlew Appeal to identify the causes of these declines.

Het Nederlandse cultuurlandschap wordt al sinds 2004 bezoedeld met insectenkiller imidacloprid

Een inventarisatie van meer dan vijfvoudige normoverschrijdingen van het neonicotinoïde insecticide imidacloprid in het oppervlaktewater in 2014 bevestigt het treurige beeld van bezoedeling van het Nederlandse cultuurlandschap met een voor insecten uitzonderlijk giftige stof dat al sinds 2004 heeft plaats gevonden en een bepalende rol speelt bij de verhoogde bijenvolksterfte. De imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater correleren eveneens met achteruitgang van insectivore vogelsoorten, die zich door insectenschaarste niet kunnen voortplanten. Een waterschap is een overheidsorganisatie, net zoals de Rijksoverheid, de provincies en de gemeenten, belast met watersysteembeheer (dit gaat over de kwantiteit, kering en waterkwaliteit) en zuiveringsbeheer (zuivering van afvalwater). Er is bijna geen waterschap in Nederland dat niet met imidacloprid verontreiniging te kampen heeft, maar er wordt nog steeds niet ingegrepen. Navolgend het aantal locaties met meer dan vijfvoudige normoverschrijdingen per waterschap. Wetterskip Fryslan: 2; Waterschap Hunze en Aa's: 2; Waterschap Vechtstromen: 1; Waterschap Zuiderzeeland: 1; Waterschap Rivierenland: 4; Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: 3; Waterschap Brabantse Delta:3; Waterschap Roer en Overmaas: 2; Waterschap De Dommel: 1; Waterschap Scheldestromen: 4; Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier: 5; Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht: 1; Hoogheemraadschap van Delfland: > 5; Hoogheemraadschap van Rijnland: > 5. De situatie in de provincie Zuid-Holland is ronduit dramatisch.

Songbirds in decline across Canada

It’s a sure sign of spring when the chorus of songbirds once again returns to our region. Recent mornings, I’ve awoken to the sounds of robins chirping, the tune of a white-throated sparrow and the gentle cooing of morning doves. The silence of the winter has broken. Imagine for moment if that winter silence continued into spring and summer. Unfortunately, it’s a scenario that could very well unfold as we’ve seen sharp declines in the number of songbirds over the past few decades. Birdsong that has graced the Earth for millions of years, and for all of human history, could soon be stilled in a human-made perfect-storm of negligence and unintended consequences. A film that was shown on CBC-TV last week, Song Bird SOS, shines light on the ever-growing decline of songbirds, and outlines some of the potential causes. You can view the documentary at cbc.ca.

De woudaap heeft geen schijn van kans in een met bestrijdingsmiddelen vergiftigd landschap

De woudaap (Ixobrychus minutus) is een van onze kleinste reigertjes, nauwelijks groter dan een duif. De vogel nestelt in moerassen met open water en overgangen tussen dichte riet- of lisdoddenvegetatie en verspreide opslag. Het voedsel van de woudaap bestaat uit vis, amfibieën en aquatische insecten, die worden gevangen in ondiep, helder water. Rond 1960 hebben vermoedelijk 200-260 paren van de woudaap in Nederland gebroed. Dit aantal was rond 1975 al gehalveerd en is blijven steken op enkele tientallen. Jaarlijks worden rond 10 territoria van de soort gemeld. De schattingen lopen sterk uiteen, maar meer dan 10-30 territoria zijn vooralsnog niet aannemelijk. De afname ten opzichte van 1960 bedraagt dus meer dan 90%.

De grote karekiet houdt het ook in de Loosdrechtse Plassen voor gezien

Hoe gaat het met de Grote Karekiet (Acrocephalus arundinaceus) in het Gooi, en omstreken? Om met het goede nieuws te beginnen, ze komen er nog voor, maar hier houdt het ook mee op. De soort is in de tweede helft van de vorige eeuw in Nederland meer dan gedecimeerd van 5000 naar 250 broedparen en de afgelopen jaren heeft deze dalende trend zich voortgezet, ook in onze regio. De oostelijke vechtplassen in de omgeving van Loosdrecht vormden altijd een bolwerk voor de Grote Karekiet. Eckhart Heunks en Martin Poot houden hier jaarlijks een telling en op waarvan ze het volgende verslag doen: "De jaarlijkse grote karekieten-telling Loosdrechtse Plassen leverde slechts 11 zingende mannetjes op! Dat is schrikbarend weinig vergeleken met de 25 tot meer dan 30 mannetjes die we afgelopen 12 jaren hier telden."

Je kon er op wachten: De insectivore grote karekiet komt als broedvogel in Nederland nauwelijks meer voor

Het is alarmcode rood voor de grote karekiet (Acrocephalus arundinaceus) in Nederland. De laatste jaren laat de soort een gestage achteruitgang zien. Werd het aantal broedparen vorig jaar nog tussen de 150 en 175 geschat, nu zijn er aanwijzingen dat de soort ternauwernood boven de 100 paar uitkomt. Sovon heeft onlangs de resultaten van verschillende vrijwillige tellers naast elkaar gelegd en kwam tot een verdrietige optelsom. Sinds 2001 is de stand in belangrijke resterende bolwerken in Noordwest-Overijssel met 50% afgenomen (van 100 naar 51 paar). Op de Loosdrechtse Plassen, belangrijk broedgebied, was de soort lange tijd stabiel met tussen de 25 en 30 territoria. In 2013 zakte dat aantal naar elf en ook dit jaar stokt de teller bij dertien grote karekietenterritoria.