Libellen

De kaalslag in de duinen - Veel kenmerkende broedvogels, libellen en dagvlinders gaan achteruit

Veel vogelsoorten, waaronder vooral soorten van open duinen, zijn sinds 1990 achteruitgegaan.Veel dagvlinders komen in 1992 minder voor dan halverwege de vorige eeuw en een aantal soorten gaat ook na 1992 nog achteruit. Als geheel gaat de groep van libellen in de duinen sinds 1999 achteruit. De trend van drie soorten is nog onzeker en één soort, de paardenbijter vertoont een sterke achteruitgang. In het westen van Nederland is het oppervlaktewater sterk verontreinigd met pesticiden waaronder neonicotinoiden die uitzonderlijk giftig zijn voor ongewervelde dieren. Het gaat om de regio's Delfland, Rijnland en Bommelerwaard, waar de intensieve bollen- en bloementeelt grote hoeveelheden chemicaliën gebruikt. Gemiddeld verspreiden boeren zeven kilo chemicaliën over een hectare, in de bloembollenteelt is dat 42 kilo en in de bloementeelt 32 kilo. Deze milieuverontreiniging vormt een ernstige bedreiging voor ongewervelde dieren en soorten die van ongewervelde dieren afhankelijk zijn.

Ctgb voert Europese restricties op neonicotinoïden door

De Europese Commissie besloot 24 mei j.l. om restricties in te stellen voor het gebruik van imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin. Het Ctgb past op verzoek van staatssecretaris S. Dijksma van Economische zaken de Nederlandse toelatingen op basis van de genoemde neonicotinoïden conform het Europese besluit aan. Dit betekent dat per 30 september a.s. elf toelatingen komen te vervallen, het gebruik van zeven toelatingen beperkt zal worden en particulier gebruik van middelen op basis van de 3 genoemde neonicotinoïden niet meer is toegestaan. Het besluit betreft in Nederland toepassingen in zaadcoating, spuittoepassingen en met name toepassingen in erwt en maïs (zie bestrijdingsmiddelendatabank op www.ctgb.nl). Daarnaast zijn alle toelatingen voor particuliere gebruik van imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin niet meer toegestaan. Voor Nederland betekent dit dat per 30 september 2013 elf toelatingen komen te vervallen en zeven toelatingen zullen worden beperkt. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het Ctgb daarmee indirect toegeeft jarenlang de risico's van de neonicotinoiden voor bijen te hebben onderschat. In 2011 werd bij de herbeoordeling van de neonicotinoiden geen enkele toelating ingetrokken en het bezwaar van de Bijenstichting tegen de toelating van Merit Turf ongegrond verklaard, aldus Tennekes.

Die Worte, mit denen unsereins diesen vom Menschen angestifteten Supergau in der Insektenwelt zu beschreiben sucht, können gar nicht drastisch genug sein

Während das Verbot des Clothianidins ab Dezember 2013 von einer Referentin des BUND als Schritt in die richtige Richtung hingenommen wird, ist es dafür eigentlich schon jetzt viel zu spät. Nach unseren Beobachtungen haben die Einsätze dieses Neonikotinoids seit 2008 durchschlagende verheerende Auswirkungen auf alle Blüten besuchenden Insektenarten (Wildbienen, Hummeln, Wespen, Wanzen, Schmetterlinge, Fliegen, Käfer, ...) gehabt, und das in weiten Teilen der Ebene beiderseits des Oberrheins. Es dürften im Gebiet seither insgesamt an die 1000 Arten schwerstens dezimiert, wenn nicht gar ausgerottet worden sein. Die allermeisten Arten oben genannter Insektenfamilien und -ordnungen, von denen es jetzt (endlich!) in den Blüten auf Wiesen und an Waldrändern nur so wimmeln müsste, sind aus der gesamten Landschaft verschwunden, nahezu alle Blüten – verwaist und leer! Sehr wenige Arten, die bisher die allerhäufigsten waren, sind jetzt höchstens einzeln und zudem sehr selten anzutreffen, alle anderen häufigen und selteneren überhaupt nicht mehr. Die Katastrophe ist also weitaus größer als bisher angenommen und könnte nächstens ungeahnte Auswirkungen in den unterschiedlichsten Biotopen, Pflanzengemeinschaften, Nahrungsketten und im gesamten Ökosystem zeitigen. Die Worte, mit denen unsereins diesen vom Menschen angestifteten Supergau in der Insektenwelt zu beschreiben sucht, können gar nicht drastisch genug sein, um die Bevölkerung über die tatsächlichen Ausmaße und Konsequenzen ins Bild zu setzen: "Landschaftsweise dramatischer Rückgang der Artenvielfalt", genauer: "Beinahe-Totalausfall aller Blüten besuchenden Insektenarten" – das ist die aktuelle hiesige Situation, auch in den Naturschutzgebieten auf der badischen und elsässischen Rheinseite, mit der wir fortan alle irgendwie weiterleben müssen, ob wir Insekten mögen oder nicht.

Een onmiddellijke en complete ban op alle neonicotinoïden is de enige manier om natuurafbraak te verhinderen

Europa bant met ingang van januari 2014 het gebruik van 3 neonicotinoïden voor bloeiende gewassen. Dit deed ze nadat duidelijk werd dat deze pesticiden een supergif zijn voor bijen. Maar de maatregelen dreigen een maat voor niets te zijn. Nieuw onderzoek wijst immers uit dat de bijensterfte als gevolg van het gebruik van neonicotinoïden maar het tipje van de ijsberg is. Neonicotinoïden zijn systemische pesticiden die een erg lange halfwaardetijd hebben. Een deel van het gif wordt opgenomen door de plant, maar tot 90% spoelt weg naar de bodem en het water, waar het nog lang na de oogst actief blijft en schade aanricht. Naast bijen leggen ook libellen en patrijzen het loodje na inname van neonicotinoïden - ook andere soorten kunnen slachtoffer worden, vooral de ongewervelde dieren. Europa en België moeten een kosten-baten-analyse maken van het gebruik van deze pesticiden en hieruit hun conclusies trekken. Een onmiddellijke en complete ban op alle neonicotinoïden is de enige manier om natuurafbraak te verhinderen.

Pesticiden kunnen de ongewervelden uitroeien

Uit twee onafhankelijke studies in de vakbladen Proceedings of the National Academy of Sciences en The Journal of Applied Ecology blijkt dat diverse water- en bodeminsectensoorten verdwijnen door hoge – maar legale – pesticidenconcentraties in hun leefgebieden. De onderzoekers van de eerste studie vergeleken riviertjes die sterk met pesticiden waren vervuild met zuivere waterbiotopen: 23 in Duitsland, 16 in Frankrijk en 24 in Australië. In Europa bleek sterk gecontamineerd water 42 procent minder insectensoorten te bevatten dan schone rivieren. In Australië bevatten de stromen met de hoogste pesticidenconcentraties 27 procent minder soorten dan de niet-vervuilde. De onderzoekers vonden ook dat de daling in biodiversiteit vooral te wijten is aan het verdwijnen van bepaalde groepen die gevoelig zijn voor pesticiden, zoals libellen, steen- en eendagsvliegen. Het zijn belangrijke schakels in de voedselketen van vissen en vogels.

Bayer CropScience has used the environment as a huge, private experimental laboratory

In the early 1990s Bayer scientists launched onto the world the chemical weapon from hell; a powerful neurotoxin that, as Dutch toxicologist Dr Henk Tennekes demonstrated (and others have subsequently confirmed), causes a virtually irreversible blockage of postsynaptic nicotinergic acetylcholine receptors in the central nervous system of all invertebrates from pollinators down to soil and aquatic organisms. The pesticides industry stands accused of failure to investigate the hazards of systemic neonicotinoids fully and of failure to establish standard tests and protocols. The protection agencies stand accused of failing to protect human health and the environment.

Veel kenmerkende broedvogels, libellen en dagvlinders van de duinen gaan de laatste tijd achteruit

Veel vogelsoorten, waaronder vooral soorten van open duinen, zijn sinds 1990 achteruitgegaan. Veel dagvlinders komen in 1992 minder voor dan halverwege de vorige eeuw en een aantal soorten gaat ook na 1992 nog achteruit. De meeste dagvlinders komen vooral in de droge duinen voor; vlinders van vochtige duinvalleien zijn al lang geleden vrijwel verdwenen. Als geheel gaat de groep van libellen in de duinen sinds 1999 achteruit. De trend van drie soorten is nog onzeker en één soort, de paardenbijter vertoont een sterke achteruitgang. De larven van libellen komen alleen in zoetwater voor. Daarom zijn libellen in het duin gebonden aan de vochtige delen van het duin waar voldoende zoetwater is voor de voltooiing van de levenscyclus.

EU-Behörde warnt vor Gefahren durch Insektizide für Bienen

Die European Food Safety Authority (EFSA) hat in einer heute (16.01.2013)veröffentlichten Stellungnahme vor den Gefahren von drei Insektiziden gewarnt (Beilage). Nach Auffassung der Behörde zeige sich für einige Anwendungsgebiete „ein hohes Risiko für Honigbienen“. In der von der EU-Kommission in Auftrag gegebenen Untersuchung ging es um Wirkstoffe der Unternehmen BAYER und SYNGENTA, die zur Substanzklasse der Neonicotinoide gehören. Die EFSA warnt, dass Bienen die Wirkstoffe über belasteten Nektar und Pollen aufnehmen. Hierdurch wird der Orientierungssinn der Tiere gestört, sodass sie nicht mehr in ihre Bienenstöcke zurückfinden. Eine Gefahr sieht die EFSA auch durch den Abrieb der Wirkstoffe von gebeiztem Saatgut. Die Behörde hält daher eine Verwendung von Neonicotinoiden allenfalls auf solchen Pflanzen für akzeptabel, die für Bienen unattraktiv sind. Ein Sprecher von EU-Kommissar Tonio Borg kommentierte, die Untersuchung habe "ziemlich klare" und "beunruhigende" Schlussfolgerungen ergeben. Die EU werde gemeinsam mit den Mitgliedstaaten über ein Verbot beraten.

Die Umweltschutzorganisationen BUND und Greenpeace fordern ein Verbot der in Deutschland inzwischen großflächig eingesetzten Neonikotinoide

Diese Pestizide haben einen erheblichen Anteil am Sterben unzähliger Bienenvölker und dem Verlust der Artenvielfalt insgesamt. In einer heute in Berlin vorgestellten Studie (Beilage) behauptet der Industrieverband Agrar (IVA), die Insektizide hätten zahlreiche positive Markt- und Umwelteffekte. Durch ein Verbot der Neonikotinoide sieht der Industrieverband den Saatschutz für den Anbau von Raps und Zuckerrüben gefährdet. Dabei könnte auf gefährliche Pestizide ohne Weiteres verzichtet werden, wenn die Pflanzen nicht mehr in Monokulturen angebaut würden. Tomas Brückmann, BUND-Pestizidexperte: „Die für die Bestäubung unzähliger Kulturpflanzen und damit für unsere Ernährung extrem wichtigen Bienen sind in Gefahr. Die Neonikotinoide sind dafür wesentlich verantwortlich. Um den Verlust der Bienenvölker zu verhindern, müssen Neonikotinoide umgehend vom Markt genommen werden.“

Effect of imidacloprid and fipronil application on Sympetrum infuscatum larvae and adults

The effect of imidacloprid and fipronil on Sympetrum infuscatum larvae and adults during the rice cultivation period was monitored using an experimental micro-paddy lysimeter (MPL) system. Twenty-two hatched larvae were laid on the soil surface of each MPL. MPLs were treated with imidacloprid, fipronil, and the control MPL was left untreated. The pesticide concentration, S. infuscatum larval and adult populations, and larval emergence time were monitored in each MPL. The maximum imidacloprid and fipronil concentration in paddy water was 52.8 μg/l at 1 day, and 1.3 μg/l at 6 h, respectively, after the pesticide application. Both pesticides dissipated quickly in paddy water, with half-lives of 8.8 and 5.4 days for imidacloprid and fipronil, respectively. The absence of S. infuscatum larvae and exuviae in the fipronil-treated MPL was remarkable. The larval survival decreased to 63.6 ± 18.2, 15.2 ± 2.6, and 0% in the control, imidacloprid-treated, and fipronil-treated MPLs, respectively, by 9 days after pesticide application. Emergence in the imidacloprid-treated MPL was also significantly lower than that in the control MPL. The observed decrease in the abundances of S. infuscatum larvae and adults in MPLs seems to be both directly and indirectly associated with nursery-box application of fipronil and imidacloprid.