Roofvogels

Animals on the Brink: 2015's Newly Endangered Species

Here are just a few of the animals that were deemed endangered in 2015. The International Union for Conservation of Nature reclassified the Geometric Tortoise (Psammobates geometricus) as "critically endangered" in 2015. The IUCN cataloged the Splendid Toadfish (Sanopus splendidus) as endangered this year. The U.S. Fish and Wildlife Service listed both the great green macaw (Ara ambiguus) and the military macaw as endangered in an announcement made in October. The USFWS declared the Mexican Wolf (Canis lupus baileyi) as an endangered species earlier this year. The USFWS announced it was adding the Honduran hummingbird (Amazilia luciae) to the endangered species list this year. The USFWS placed several species of sawfish to the endangered species list this year. The USFWS announced in September that the Slevin's skink (Emoia slevini) would be added to the endangered species list. The IUCN declared the New Zealand Sea Lion (Phocarctos hookeri) to be endangered primarily due to "fishing-related mortality." The IUCN raised the status of the White Headed Vulture (Trigonoceps occipitalis) from threatened to critically endangered in 2015. The IUCN listed the bokiboky (Mungotictis decemlineata) as endangered this year. The IUCN flagged the Steppe Eagle (Aquila nipalensis) as endangered this year. The IUCN deemed the Ishikawa's Frog (Odorrana ishikawae) as an endangered species this year. The IUCN classified the the ayumodoki or Kissing Loach (Parabotia curtus), as critically endangered this year. The IUCN once feared the Mahé Boulder Cricket (Phalangacris alluaudi) to be extinct, but after a recent rediscovery, it reclassified it as critically endangered. The IUCN added the Giri Butri Cave Crab (Karstama emdi) to its critically endangered list.

Der Habicht befindet sich in Sachsen auf dem absteigenden Ast

Der Habicht (Accipiter gentilis) gilt als Vogel des Jahres 2015. Doch in Sachsen befindet sich diese Art auf dem eher absteigenden Ast. Das haben zumindest verschieden Fachleute festgestellt. Nach Angaben des Dresdner Experten Dr. Rolf Steffens ist der Habicht die vierthäufigste Greifvogelart im Freistaat. Es gebe zwischen 650 und 800 Brutpaare. Diese Zahlen seien während der letzten Kartierung, die bereits rund zehn Jahre zurückliegt, ermittelt worden. Zum Vergleich: In Deutschland gab es im Jahr 2014 zwischen 11 500 und 16 500 Brutpaare.

Het CBS heeft waarschijnlijk nog nooit van imidacloprid gehoord

Het gaat slecht met de meeste weidevogelsoorten in Nederland. De populaties van de grutto, scholekster, veldleeuwerik en graspieper laten al vanaf de jaren negentig een geleidelijke maar duidelijke daling zien. Dat blijkt uit vandaag verschenen cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).Het verdwijnen van weidevogels heeft volgens het CBS te maken met onder meer de schaalvergroting en intensivering in de landbouw. Zo gaan er veel nesten en kuikens verloren doordat er steeds vroeger en vaker gemaaid wordt. De weidevogelstand wordt volgens het CBS ook negatief beïnvloed door de verschuiving in de landbouw van 'gevarieerde, vochtige, kruidenrijke hooilanden' naar gedraineerde percelen met slechts één of twee soorten gras. Die zijn makkelijker machinaal te bewerken en leveren een hogere grasproductie op. Maar daardoor is er minder voedsel, dekking en rust voor weidevogels. "De schaalvergroting vindt al plaats sinds halverwege de vorige eeuw, maar gaat nog steeds door'', aldus het CBS. Volgens het statistiekbureau gaat er ook broedgebied voor weidevogels verloren door de uitbreiding van steden. In totaal verdween er sinds 1990 ruim 150.000 hectare grasland. Dat is een daling van ruim 14 procent. De weidevogelstand staat ook onder druk door roofdieren. "Soorten als de buizerd, bunzing, vos en egels hebben - naast veel andere prooien en aas - ook weidevogels op het menu staan", aldus het CBS.

Twaalf vogelsoorten die in ons land voorkomen zijn op Europese schaal bedreigd

Een Rode Lijst is een evaluatie van de uitsterfkans van soorten indien de huidige trend aanhoudt. Die beoordeling moet op gezette tijdstippen herzien worden en dat is nu gebeurd op basis van de IUCN-criteria, voor alle vogels, over heel Europa. BirdLife voerde de studie uit in opdracht van de Europese Commissie. Van de 533 vogelsoorten die in Europa broeden of overwinteren zijn 67 soorten op Europese schaal bedreigd. Van de 211 vogelsoorten die in ons land voorkomen, zijn er 12 op Europese schaal bedreigd. Het gaat om soorten die als ‘kwetsbaar’ geboekstaafd staan als Korhoen (ondertussen al uitgestorven in Vlaanderen), Zomertortel, Scholekster, Graspieper, Kievit, Grutto, Wulp, IJsvogel en Klapekster. Zilvermeeuw, Blauwe kiekendief en Rode wouw vallen in de categorie ‘bijna in gevaar’ en riskeren in de nabije toekomst in de problemen te komen als de huidige afname aanhoudt. Opvallendste (nieuwe) Belgische soorten in de Rode Lijst zijn Zomertortel, Kievit en Graspieper, die deden het in 2004 nog redelijk goed, maar gingen sindsdien zorgwekkend steil achteruit.

De duinbewonende roofvogels zijn door achteruitgang van ongewervelde en kleinere gewervelde dieren uitgeroeid op Ameland

De gegevens van de afgelopen 24 broedseizoenen geven een duidelijk beeld van een sterke achteruitgang van duinbewonende roofvogels op Ameland. De achteruitgang van de ongewervelde en kleinere gewervelde dieren maken dat de duingraslanden minder geschikte voedselgebieden worden voor veeleisende jagers zoals de Grauwe klauwier (Lanius collurio) , Grauwe kiekendief (Circus pygargus), Blauwe kiekendief (Circus cyaneus) en Velduil (Asio flammeus). De ontwikkeling bij de Velduil is spectaculair negatief. Rond 1989 is er sprake van een extreem goede muizenvangst voor velduilen. In 2004 was het afgelopen met de Velduil op het eens zo machtige bolwerk Ameland. Ook bij de Blauwe kiekendief is sprake van een sterk negatieve trend. De daling in aantallen broedparen wordt ingezet vanaf 1994; in 2009 is de soort als broedvogel op Ameland verdwenen. Roofvogels staan zonder uitzondering aan de top van een voedselketen en de veranderingen aan de top van de voedselketens zijn een afspiegeling van meerdere niveaus lager in de keten. Ook het eerder van het eiland verdwijnen van de Grauwe klauwier en Grauwe kiekendief moet in dit licht gezien worden.

Habicht immer seltener

Der Habicht-Bestand im Meißner Land bleibt nach Beobachtungen von Vogelkundlern auf drei Brutpaare beschränkt. Sachsenweit sind es aktuell 650 bis 800 Paare. Der Fachgruppe Ornithologie Meißen zufolge sind für die Seltenheit des Greifvogels mehrere Ursachen verantwortlich. Obwohl seit den 70er Jahren streng geschützt, würden Habichte weiterhin illegal geschossen oder in Fallen gefangen. Ein weiterer Grund für die Gefährdung des Greifvogels ist der Rückgang einiger seiner wichtigsten Beutetiere wie Feldhase, Fasan oder Rebhuhn. Deshalb jagt der Habicht (Accipiter gentilis) Zuchttauben oder Rassegeflügel.

De grootschalige landbouw verdrijft de steenuil uit de Betuwe

De steenuil (Athene noctua) is Nederland’s kleinste uilensoort. Hij bewoont het kleinschalige agrarische landschap waarin weides met heggen zich afwisselen met hoogstamboomgaarden, bosjes, erven en rijen knotwilgen. Steenuilen eten het liefst muizen, maar ook veel kevers, wormen, larven, rupsen en soms kikkers en kleine of jonge vogeltjes. Landelijk is tussen 1960 en 1992 het aantal steenuilen met 50% afgenomen, maar ook sinds 1990 gaat de steenuil nog verder achteruit. De laagste aantallen van de steenuil worden gevonden in de drie noordelijke provincies en in Zuid- en Noord-Holland. In de OverBetuwe is hij gelukkig nog redelijk algemeen in het buitengebied. Toch is lokaal in de midden- en oostelijke Betuwe nog sprake van achteruitgang. Het grootschaliger en intensiever worden van de landbouw heeft bijgedragen aan zijn achteruitgang, ook in de Betuwe. Door het verdwijnen van de kleinschalige structuur van het landschap en de intensivering van de landbouw nam het voedselaanbod en de variatie van het voedsel snel af. De lage prooidichtheid noodzaakt de steenuil tot het maken van langere voedselvluchten. Dit kost veel extra energie met slechte broedresultaten tot gevolg.

Veel bosvogelsoorten hebben het zwaar in het Gooi

In 2012 heeft de Vogelwerkgoep Het Gooi en Omstreken op uitnodiging van het Goois Natuurreservaat het 45 ha grote Hilversums Wasmeer aan de zuidkant van Hilversum op broedvogels geïnventariseerd. Dit jaar (2013) was de beurt aan het direct aangrenzend uitgestrekte bosgebied De Zuid. Er zijn 36 soorten broedvogels aangetroffen die 681 territoria in beslag hadden genomen. Er werd een opvallende achteruitgang vastgesteld bij veel soorten. Bij de winterkoning werd ten opzichte van 1993 is een zeer opvallende teruggang geconstateerd van 140 naar 37 territoria. Bij de houtduif was er een enorme achteruitgang ten opzichte van 1993: van 47 naar 4 territoria. De merel ging bijna 50% achteruit: van 80 naar 44 territoria. Ook de roodborst ging opvallend achteruit, van 159 naar 84 territoria, evenals de koolmees (van 120 naar 38 territoria), pimpelmees (van 49 naar 20 territoria), zwarte mees (van 34 naar 10 territoria), kuifmees (van 36 naar 18 territoria) en de vink (van 182 naar 123 territoria). De wilde eend, sperwer, fazant, groene specht, matkop en staartmees waren verdwenen en de zwarte kraai en gekraagde roodstaart waren bijna verdwenen.

West Nile Virus Behind Utah Bald Eagle Deaths

A mysterious die-off of 27 bald eagles (Haliaeetus leucocephalus) in Utah is being blamed on West Nile Virus, after lab tests from the state's Division of Wildlife Resources (DWR) showed the deadly illness was behind the deaths. Officials with the DWR say the eagles contracted the virus after eating infected grebes. Luckily for other eagles in the area, though, they note that the grebe population should soon subside as that bird's migration season comes to an end. Five other eagles are being treated and rehabilitated by wildlife officials. The Utah DWR is urging residents not to try to handle any sick birds they might encounter.

Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur

Uit de sinds 1991 uitgevoerde inventarisaties van broedvogels in de internationale Waddenzee blijkt dat van de goed onderzochte 29 soorten er 16 achteruitgaan en 3 inmiddels zo sterk zijn afgenomen dat ze op punt van verdwijnen staan: Watersnip (Gallinago gallinago), Kemphaan (Philomachus pugnax) en Bonte Strandloper (Calidris alpina). In de Nederlandse Waddenzee komen deze soorten nu al niet meer tot broeden. Bij de soorten die achteruit gaan staan prominente waddenbroedvogels zoals Velduil (Asio flammeus), Eider (Somateria mollissima), Scholekster (Haematopus ostralegus), Kluut (Recurvirostra avosetta) en Blauwe Kiekendief (Circus cyaneus). Uit een analyse van recente aantalsveranderingen blijkt dat bij tien van de zestien soorten met een negatieve trend op lange termijn (sinds 1991) de mate van afname sinds 2000 versnelt, waaronder Noordse Stern (Sterna paradisaea), Eider, Scholekster, Kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), Tureluur (Tringa totanus) en Blauwe Kiekendief. Bij Stormmeeuw (Larus canus) is bovendien de significant positieve trend op lange termijn omgebogen in een significante afname, terwijl veel soorten die op lange termijn een hoge groeisnelheid lieten zien, sinds 2000 worden geconfronteerd met een afnemende groei (bijv. Aalscholver (Phalacrocorax carbo), Kleine Mantelmeeuw (Larus fuscus)).