Libellen

Das Bienensterben könnte noch dramatischer werden. Experten der EU bestätigten jetzt, dass Pestizide dafür verantwortlich sind.

Es ist lange bekannt, dass bestimmte Pestizide schädlich für den Bestand von Honigbienen sein können. Dennoch tun sich Politiker schwer damit, die Chemikalien zur Schädlingsbekämpfung gänzlich zu verbieten. Nun melden sich Wissenschaftler in der Europäischen Union zu Wort. Sie bestätigen, dass der Einsatz bestimmter Gifte für das Bienensterben verantwortlich ist. Es gebe starke Beweise für die negativen Auswirkungen auf andere Organismen durch Neonicotinoid-Insektizide, heißt es in einer am Mittwoch veröffentlichten Studie des EU-Wissenschafsnetzwerks Easac. In dem Bericht werden die Befunde einer Expertengruppe von 13 Forschern zusammengefasst. Das Netzwerk berät Entscheidungsträger in der EU. Die EU-Kommission überprüft bis Dezember die vor zwei Jahren verhängten Beschränkungen für die Pflanzenschutzmittel, die überwiegend von Bayer aus Leverkusen und Syngenta aus der Schweiz produziert werden. Die Mittel werden in mehr als 120 Ländern eingesetzt. Dem Bericht der Wissenschaftler zufolge sind vom Einsatz der Insektizide nicht nur Honigbienen, sondern auch Motten und Schmetterlinge betroffen, die ebenfalls Pflanzen bestäuben. Auch auf insektenfressende Vögel hätten die Pestizide Auswirkungen. Der Studie zufolge drohe durch Pestizideinsatz ein "Bestäubungs-Defizit" - da immer mehr Nutzpflanzen angebaut werden, die in ihrer Entwicklung auf die Bestäubung der Bienen angewiesen sind.

Henk Tennekes vertelt over zijn werk over neonicotinoïden tijdens afsluiting project de Honingbank in Den Haag

De Honingbank is een kunstproject dat is bedacht door het Franse collectief Parti Poétique (‘Poetische Partij’) en in samenwerking met Stroom Den Haag werd ontwikkeld. Dit project bood een instrument om bijen te sparen: De Bijenspaarrekening. Stroom heeft ervoor gekozen met de Honing Bank te stoppen, waarvoor de organisatorische, financiële en praktische belasting die het project vereist, de belangrijkste redenen zijn. Op vrijdag 14 november 2014 werd het Honing Bank project feestelijk afgesloten. Tijdens deze bijeenkomst vertelde toxicoloog Henk Tennekes over zijn onderzoek naar neonicotinoiden dat hij heeft gedaan m.b.v. een extra bijdrage die de Honing Bank via crowdfunding binnenhaalde.

The Invertebrate Toxicology of Neonicotinoid Insecticides Invalidates Traditional Pesticide Risk Assessment

Neonicotinoid insecticides exhibit very high toxicity to a wide range of invertebrates, particularly insects, and field-realistic exposure is likely to result in both lethal and a broad range of important sublethal impacts. The compounds are highly persistent in soils, tend to accumulate in soils and sediments, have a high runoff and leaching potential to surface and groundwater and have been detected frequently in the global environment. For imidacloprid, including its neurotoxic metabolites, lethal toxicity can increase up to 100,000 times compared to acute toxicity when the exposure is extended in time (Suchail et al. 2001). Recent studies have shown that chronic toxicity of neonicotinoids can more adequately be expressed by time to 50 % mortality instead of by the 10 day LD50 (Sánchez-Bayo 2009; Maus and Nauen 2010; Tennekes 2010; Tennekes 2011; Tennekes and Sánchez-Bayo 2012; Mason et al. 2013; Rondeau et al. 2014). There is a linear relation between the logarithm of the daily dose and the logarithm of the time to 50 % mortality (Tennekes 2010, 2011; Tennekes and Sánchez-Bayo 2012; Tennekes and Sánchez-Bayo 2013; Rondeau et al. 2014).

De ecosystemen die het leven op aarde dragen gaan naar de knoppen door de neonicotinoiden

Vier jaar lang heeft de zogenaamde Task Force on Systemic Pesticides op vraag van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) de gevolgen van het gebruik van de nieuwe generatie van pesticiden onderzocht. Die expertengroep bestaande uit een dertigtal wetenschappers uit vijftien landen, heeft ruim achthonderd collegiaal getoetste wetenschappelijke studies doorgenomen en hun conclusies samengebracht in een Worldwide Integrated Assessment (WIA). Die wereldwijde integrale beoordeling besluit dat de zogenaamde systemische pesticiden niet alleen een ernstig gevaar vormen voor bestuivende insecten, maar ook voor talloze ongewervelde bodemdieren, zoals regenwormen en mijten, en evengoed voor gewervelde dieren zoals vogels.

The disaster I described in 2010 is taking place before our eyes. Crisis in insect biodiversity with knock-on effects for many species

Butterfly Conservation warns that Britain’s biodiversity is under threat following analysis of data from the National Moth Recording Scheme (NMRS), which has collated more than 16 million moth sightings dating back to 1769. The study by Butterfly Conservation, the Centre for Ecology and Hydrology and University of York, published in the Journal of Applied Ecology, is the first to examine long-term trends for all of Britain’s resident larger moth species; common and scarce, nocturnal and day-flying. Trends for 673 species were calculated, 60% of which showed a significant change over the 40-year period. Two thirds more species declined than increased. Moths are a key part of the food chain and act as pollinators for plants. The substantial declines revealed by this study provide further evidence of a wider utterfly Conservation warns that Britain’s biodiversity is under threat following analysis of data from the National Moth Recording Scheme (NMRS), which has collated more than 16 million moth sightings dating back to 1769.

De kaalslag in de duinen - Veel kenmerkende broedvogels, libellen en dagvlinders gaan achteruit

Veel vogelsoorten, waaronder vooral soorten van open duinen, zijn sinds 1990 achteruitgegaan.Veel dagvlinders komen in 1992 minder voor dan halverwege de vorige eeuw en een aantal soorten gaat ook na 1992 nog achteruit. Als geheel gaat de groep van libellen in de duinen sinds 1999 achteruit. De trend van drie soorten is nog onzeker en één soort, de paardenbijter vertoont een sterke achteruitgang. In het westen van Nederland is het oppervlaktewater sterk verontreinigd met pesticiden waaronder neonicotinoiden die uitzonderlijk giftig zijn voor ongewervelde dieren. Het gaat om de regio's Delfland, Rijnland en Bommelerwaard, waar de intensieve bollen- en bloementeelt grote hoeveelheden chemicaliën gebruikt. Gemiddeld verspreiden boeren zeven kilo chemicaliën over een hectare, in de bloembollenteelt is dat 42 kilo en in de bloementeelt 32 kilo. Deze milieuverontreiniging vormt een ernstige bedreiging voor ongewervelde dieren en soorten die van ongewervelde dieren afhankelijk zijn.

Ctgb voert Europese restricties op neonicotinoïden door

De Europese Commissie besloot 24 mei j.l. om restricties in te stellen voor het gebruik van imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin. Het Ctgb past op verzoek van staatssecretaris S. Dijksma van Economische zaken de Nederlandse toelatingen op basis van de genoemde neonicotinoïden conform het Europese besluit aan. Dit betekent dat per 30 september a.s. elf toelatingen komen te vervallen, het gebruik van zeven toelatingen beperkt zal worden en particulier gebruik van middelen op basis van de 3 genoemde neonicotinoïden niet meer is toegestaan. Het besluit betreft in Nederland toepassingen in zaadcoating, spuittoepassingen en met name toepassingen in erwt en maïs (zie bestrijdingsmiddelendatabank op www.ctgb.nl). Daarnaast zijn alle toelatingen voor particuliere gebruik van imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin niet meer toegestaan. Voor Nederland betekent dit dat per 30 september 2013 elf toelatingen komen te vervallen en zeven toelatingen zullen worden beperkt. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het Ctgb daarmee indirect toegeeft jarenlang de risico's van de neonicotinoiden voor bijen te hebben onderschat. In 2011 werd bij de herbeoordeling van de neonicotinoiden geen enkele toelating ingetrokken en het bezwaar van de Bijenstichting tegen de toelating van Merit Turf ongegrond verklaard, aldus Tennekes.

Die Worte, mit denen unsereins diesen vom Menschen angestifteten Supergau in der Insektenwelt zu beschreiben sucht, können gar nicht drastisch genug sein

Während das Verbot des Clothianidins ab Dezember 2013 von einer Referentin des BUND als Schritt in die richtige Richtung hingenommen wird, ist es dafür eigentlich schon jetzt viel zu spät. Nach unseren Beobachtungen haben die Einsätze dieses Neonikotinoids seit 2008 durchschlagende verheerende Auswirkungen auf alle Blüten besuchenden Insektenarten (Wildbienen, Hummeln, Wespen, Wanzen, Schmetterlinge, Fliegen, Käfer, ...) gehabt, und das in weiten Teilen der Ebene beiderseits des Oberrheins. Es dürften im Gebiet seither insgesamt an die 1000 Arten schwerstens dezimiert, wenn nicht gar ausgerottet worden sein. Die allermeisten Arten oben genannter Insektenfamilien und -ordnungen, von denen es jetzt (endlich!) in den Blüten auf Wiesen und an Waldrändern nur so wimmeln müsste, sind aus der gesamten Landschaft verschwunden, nahezu alle Blüten – verwaist und leer! Sehr wenige Arten, die bisher die allerhäufigsten waren, sind jetzt höchstens einzeln und zudem sehr selten anzutreffen, alle anderen häufigen und selteneren überhaupt nicht mehr. Die Katastrophe ist also weitaus größer als bisher angenommen und könnte nächstens ungeahnte Auswirkungen in den unterschiedlichsten Biotopen, Pflanzengemeinschaften, Nahrungsketten und im gesamten Ökosystem zeitigen. Die Worte, mit denen unsereins diesen vom Menschen angestifteten Supergau in der Insektenwelt zu beschreiben sucht, können gar nicht drastisch genug sein, um die Bevölkerung über die tatsächlichen Ausmaße und Konsequenzen ins Bild zu setzen: "Landschaftsweise dramatischer Rückgang der Artenvielfalt", genauer: "Beinahe-Totalausfall aller Blüten besuchenden Insektenarten" – das ist die aktuelle hiesige Situation, auch in den Naturschutzgebieten auf der badischen und elsässischen Rheinseite, mit der wir fortan alle irgendwie weiterleben müssen, ob wir Insekten mögen oder nicht.

Een onmiddellijke en complete ban op alle neonicotinoïden is de enige manier om natuurafbraak te verhinderen

Europa bant met ingang van januari 2014 het gebruik van 3 neonicotinoïden voor bloeiende gewassen. Dit deed ze nadat duidelijk werd dat deze pesticiden een supergif zijn voor bijen. Maar de maatregelen dreigen een maat voor niets te zijn. Nieuw onderzoek wijst immers uit dat de bijensterfte als gevolg van het gebruik van neonicotinoïden maar het tipje van de ijsberg is. Neonicotinoïden zijn systemische pesticiden die een erg lange halfwaardetijd hebben. Een deel van het gif wordt opgenomen door de plant, maar tot 90% spoelt weg naar de bodem en het water, waar het nog lang na de oogst actief blijft en schade aanricht. Naast bijen leggen ook libellen en patrijzen het loodje na inname van neonicotinoïden - ook andere soorten kunnen slachtoffer worden, vooral de ongewervelde dieren. Europa en België moeten een kosten-baten-analyse maken van het gebruik van deze pesticiden en hieruit hun conclusies trekken. Een onmiddellijke en complete ban op alle neonicotinoïden is de enige manier om natuurafbraak te verhinderen.

Pesticiden kunnen de ongewervelden uitroeien

Uit twee onafhankelijke studies in de vakbladen Proceedings of the National Academy of Sciences en The Journal of Applied Ecology blijkt dat diverse water- en bodeminsectensoorten verdwijnen door hoge – maar legale – pesticidenconcentraties in hun leefgebieden. De onderzoekers van de eerste studie vergeleken riviertjes die sterk met pesticiden waren vervuild met zuivere waterbiotopen: 23 in Duitsland, 16 in Frankrijk en 24 in Australië. In Europa bleek sterk gecontamineerd water 42 procent minder insectensoorten te bevatten dan schone rivieren. In Australië bevatten de stromen met de hoogste pesticidenconcentraties 27 procent minder soorten dan de niet-vervuilde. De onderzoekers vonden ook dat de daling in biodiversiteit vooral te wijten is aan het verdwijnen van bepaalde groepen die gevoelig zijn voor pesticiden, zoals libellen, steen- en eendagsvliegen. Het zijn belangrijke schakels in de voedselketen van vissen en vogels.