Heidevogels

De tapuit verdwijnt als broedvogel in het Dwingelderveld

Rond 1960 hebben naar schatting 2.500 - 3.000 tapuiten Oenanthe oenanthe in Nederland gebroed. De tapuit is in enkele tientallen jaren tijd een van de zeldzaamste broedvogels van ons land geworden. De achteruitgang is fors, met maar liefst 90% sinds 1990. Grote delen van het binnenland, zoals Noord-Brabant, Limburg en de Veluwe zijn nagenoeg verlaten door deze vroeger algemene soort, die vele volksnamen kent. In het verleden broedde de tapuit (Oenanthe oenanthe) op het Dwingelderveld in de droge heide, waar voldoende broedgelegenheid aanwezig was in de vorm van de vele konijnenholen.

Insect-eating birds decline where bee-killing neonicotinoids are present

In his book, Dutch toxicologist Henk Tennekes (2010) makes the case that the contamination of surface water by neonicotinoids is so widespread in the Netherlands (and possibly elsewhere in Europe), that loss of insect biomass on a continental scale is behind many of the widespread declines that are being seen, be they of marsh birds, heath or meadow birds or even coastal species. This suggests that we should be looking at possible links between neonicotinoid insecticides and birds, not on a farm scale, but in the context of whole watersheds and regions.

Long-term decline in red grouse numbers in British uplands

It is hard to believe now, but red grouse (Lagopus lagopus scotica)- the bird that is synonymous with heather moorland and the Glorious Twelfth of August - were once spotted in Leeds. It was after a severe January snowstorm back in the 1880s when, according Thomas Hudson Nelson’s The Birds of Yorkshire (1907) “large packs of birds came down into the lowlands.” Others were seen around the villages of Arthington and Weeton in Lower Wharfedale. As many as 500 of them were counted in one day, and a decade later similar hard weather forced them to scratch for food in fields around Harrogate.

Overijssel roeit met imidacloprid verontreiniging vlinders en vogels uit

Het voortbestaan van verschillende vlinders (Heideblauwtje Plebejus argus, de Heivlinder Hipparchia semele en Bruine Vuurvlinder Lycaena tityrus) in natuurgebieden in Overijssel staat op het spel. Het gaat om zogeheten Natura-2000-gebieden; natuurgebieden met zeldzame diersoorten. Overijssel heeft 24 Natura-2000-gebieden die beschermd worden om verdere achteruitgang te voorkomen. Ook vogels zijn in gevaar. Volgens voorlichter van Sofon Vogelonderzoek gaat het in Overijssel om de Korhoen Lyrurus tetrix, Nachtzwaluw Caprimulgus europaeus en Boomleeuwerik Lullula arborea.

Hessen sorgt sich jetzt um Feldhamster und Braunkehlchen

Umweltministerin Priska Hinz (Grüne) schlägt Alarm: Der Artenrückgang ist dramatisch; beim Feldhamster (Cricetus cricetus) verhungert jeder zweite Wurf, auch das Braunkehlchen (Saxicola rubetra) verliert regelmäßig seine Brut und geht im Bestand weiter zurück. Um dem negativen Trend entgegenzuwirken, will das Land jetzt neue Wege im Naturschutz gehen.

Is de Wester- en Busummerheide het laatste refugium van de veldleeuwerik in Nederland?

Het gaat al jarenlang bar slecht met de veldleeuwerik (Alauda arvensis). Viel hij vroeger niet weg te denken uit het boerenland, anno 2017 is hij overal zo goed als uitgestorven. Nou ja, overal? Op één plek valt zijn gezang nog volop te horen: de heidevelden van het Goois Natuurreservaat. Dat blijkt uit het rapport 'Broedvogels van de Wester- en Busummerheide 2016' van Vogelwerkgroep Het Gooi en omstreken. Op de heidevelden is die achteruitgang minder snel gegaan en dat is in het Gooi goed te zien.

In Salzburg ist das Braunkehlchen akut bedroht

Das Braunkehlchen (Saxicola rubetra) galt einst als Charaktervogel und häufiger Brutvogel in der artenreichen Kulturlandschaft der Niederungen und Hügelländer des Alpenvorlandes bis in die Bergmähwiesen der Alpen. Heute ist es ein selten gewordener Zaungast. Das Braunkehlchen hat die ehemalig gut besetzten Brutgebiete weitgehend geräumt und sich auf kleine Restvorkommen zurückgezogen. Schätzungen aus dem Jahr 2004 zeigen einen österreichweiten Bestand von etwa 5.500 Brutpaaren. Inzwischen sind es nur noch 950 bis 1.500 Brutpaare. Das entspricht einer Abnahme von 75 bis 80 Prozent.

Gebrek aan insecten was de doodsteek voor de korhoenders van de Holterberg

De Holterberg en korhoenders (Lyrurus tetrix, vaak ook Tetrao tetrix), ooit hoorden ze bij elkaar als Jip bij Janneke. Maar de tijd dat de vogels hier massaal voorkwamen ligt ver achter ons. De vogels werden steeds verder terug gedrongen naar uiteindelijk de heidevelden in het midden van de heuvel. Nadat veertig jaar geleden het hoen verdwenen was uit het nabij gelegen Wierdense Veld en de Borkeld ging het ook op de Holterberg bergafwaarts. De kleine restpopulatie kon het op eigen kracht niet redden. De kuikens voeden zich in de eerste twee weken van hun leven met ongewervelden.

Insecticiden roeien sprinkhanen en krekels uit

Meer dan een kwart van de Europese sprinkhaan- en krekelsoorten worden met uitsterven bedreigd door onduurzame landbouw in Europa. Dit blijkt uit een nieuw rapport van de International Union for Conservation of Nature. Omdat krekels en sprinkhanen een belangrijke voedselbron zijn voor veel vogels en reptielsoorten, brengt hun achteruitgang hele ecosystemen in gevaar. Het is de eerste keer dat wetenschappers de status van alle 1.082 sprinkhaan- en krekelsoorten in Europa onder de loep nemen.

De verdwenen broedvogels van de Gorsselse Heide

Het gebied de “Gorsselse Heide” is ruim 110 hectare groot en wordt gekenmerkt door een centraal gelegen heideveld van zo’n 40 hectare, met daaromheen een brede zoom van oud (naald)bos, begrenst door openbare zandwegen. Het zal niemand verbazen dat de Wulp (Numenius arquata) vroeger een vaste broedvogel was op de Gorsselse Heide. Wulpen broedden toen nog veel in natte heidevelden en hoogvenen. Zowel in 1969 als in 1983 werden er nog drie broedparen geteld op de heide. Dat moet een flink gejodel geweest zijn in het vroege voorjaar!